Het verschil tussen LDL en ApoB
Waarom artsen en onderzoekers steeds vaker naar ApoB kijken in plaats van alleen LDL.
Een traditionele cholesterolmeting bepaalt hoeveel LDL-cholesterol je in je bloed hebt. Dat zegt iets over de hoeveelheid cholesterol in de LDL-deeltjes, maar niet over hoeveel deeltjes je hebt. En dat aantal is wat er feitelijk in je vaatwand kan stapelen.
ApoB (Apolipoproteïne B) is een eiwit dat op elk atherogeen cholesteroldeeltje zit, dat wil zeggen op elk deeltje dat in je slagaderwand kan blijven plakken. Dat zijn LDL-deeltjes, maar ook VLDL en Lp(a). Op elk deeltje zit precies één ApoB. Eén ApoB-meting telt dus al die deeltjes in één keer.
Waarom dat soms een nauwkeuriger beeld geeft
Twee mensen kunnen dezelfde LDL-cholesterolwaarde hebben en toch een heel verschillend aantal deeltjes. Bij iemand met veel kleine, dichte deeltjes is het risico hoger dan bij iemand met dezelfde LDL-waarde verdeeld over minder, grotere deeltjes. Een ApoB-meting maakt dat verschil zichtbaar. In meerdere grote onderzoeken voorspelt ApoB hart- en vaatziekte beter dan LDL alleen, vooral bij mensen met hoge triglyceriden, diabetes of overgewicht.
In de praktijk
Een ApoB-bepaling kan in een gewoon bloedonderzoek. Je hoeft er niet nuchter voor te zijn. In Nederlandse laboratoria is de meting beschikbaar; je huisarts kan de aanvraag doen, en een aanvullende meting buiten de basisverzekering kost meestal tussen de 15 en 35 euro.
Wat de richtlijnen zeggen
De Europese cardiologierichtlijn (ESC) noemt ApoB sinds 2019 als alternatief of aanvullend doel naast LDL-cholesterol, vooral voor mensen met een verhoogd of complex risicoprofiel. De Nederlandse huisartsstandaard CVRM noemt het ook als optie. ApoB vervangt LDL niet helemaal, maar geeft er extra context bij.
Verder lezen
Voor de meest beknopte uitleg, zie ApoB in eenvoudige taal. Wil je weten wat je risicoprofiel betekent? Lees dan hart- en vaatziekten in Nederland.